Hoe ik leerde eten zonder schuldgevoel

 

Hoe we over eten praten zegt veel over onze relatie met voeding. Een uitspraak die ik vaak tegenkom is: “Natuurlijk moet je gezond eten, maar het kan geen kwaad om af en toe ook iets lekkers te nemen.” Alsof het eten van groenten een vreselijke opgave is. Een die je enkel volhoudt door af en toe een Twix te eten. Maar ook niet te vaak: dan moet je je ‘schuldig’ voelen. Kun je weer op zoek naar de ‘guiltfree’-koeken in het dieetschap van de supermarkt.

 
wildgroei-hoe-ik-leerde-eten-zonder-schuldgevoel.jpg
 

Er is een duidelijk onderscheid tussen ‘goed’ en ‘slecht’ eten, tussen ‘gezond’ en ‘lekker’ — alsof het onmogelijk is om gezond én lekker te eten. Nochtans is het makkelijker overstappen als je ook geniet van wat je eet. Elke dag een bak droge sla met een verloren tomaat eten is geen duurzame manier van leven. Op een gegeven moment sla je toch door naar de andere kant. Ik ben het levende bewijs.

De helft van mijn leven had ik een slechte relatie met eten omdat ik eten indeelde in ‘goed’ en ‘slecht’. Ik verbood mezelf een hele resem dingen — in het middelbaar hield ik een dagboek bij waarin ik mijn eten (en bij uitbreiding mezelf) punten gaf. Als ik het slecht had gedaan moest het de volgende dag nog strenger. Gevolg op de duur: eetbuien. Gevolgd door nog meer beperkingen en nog meer eetbuien. Mijn eetstoornis was geboren en het duurde uiteindelijk tot mijn 26ste eer ik weer een gezonde relatie met eten kreeg. Niet door allerlei dagboeken en eetschema’s op te stellen; door mezelf verantwoordelijk te houden voor mijn keuzes. Als ik rotzooi at moest ik er ook maar mee kunnen leven dat ik dik werd. Overgeven is valsspelen.

In plaats van mezelf calorierijk eten te verbieden concentreerde ik me op het grote geheel en ik liet het ‘verboden’ eten (in beperkte mate) deel uitmaken van mijn voedingspatroon. Ik geraakte af van die constante obsessie met eten dat ik stiekem wilde — ik kon het eten, gewoon niet elke dag. Die cake was er morgen ook nog. Ik voelde me niet meer schuldig omdat ik iets ‘verkeerds’ had gegeten.

En omdat ik mijn gezonde eten ook zo lekker mogelijk leerde maken heb ik daar vandaag geen problemen meer mee. Dat is ook het doel van Wildgroei: gezond eten zo lekker te maken dat je geen ‘cheat meals’ (nog zoiets) nodig hebt. Je kunt binnen WFPB perfect pasta en granola maken. Gezonder dan hun niet-WFPB-tegenhangers en minstens even lekker. En omdat de gerechten gemaakt zijn van volwaardige producten vullen ze beter: hoe graag ik het ook wil, twee wortelmuffins krijg ik niet binnen.

Ik heb nooit het gevoel dat ik me iets ontzeg, al lijken mensen te denken dat wij hele dag smachtend met onze neuzen tegen de bakkersvitrine plakken. Ik geniet enorm van hoe en wat wij nu eten. Ik huil niet over een Snickers die ik niet ‘mag’ eten; ik denk: hoe maak ik een wholefoods-Snickers? Ben ik weer voor een week vertrokken in de keuken.

Iets eten dat minder voedzaam is wil niet zeggen dat je faalt; het is een kwestie van evenwicht. Zoek uit wat werkt zodat je je nieuwe manier van eten kunt volhouden. Als een stukje chocolade na het middageten ervoor zorgt dat je de rest van de dag niet meer snoept, eet dan dat stukje chocolade. Zonder schuldgevoel, zonder slechte punten.

 
 
Het is wel handig dat, eens je een tijdje WFPB eet, die ‘cheat meals’ niet meer smaken. Je smaakpapillen passen zich aan. Een tijd geleden at ik wat groentechips — was ik vroeger gek van — en ze smaakten naar vet karton. Snoep smaakt chemisch en als ik frieten eet heb ik twee dagen krampen. Maakt het makkelijker om nee te zeggen.